over transfers en cashflows
#1
De grootste clubs als Real Madrid of Manchester United hebben in de regel flinke transfertekorten (zij het dat ook bij hen vanwege het door de UEFA geïntroduceerde Financial Fairplay beleid, van jaar op jaar beter is geworden), maar compenseren dat tegenwoordig gemakkelijk door de in het topvoetbal enorm toegenomen operationele kasstromen.
De grootse clubs hebben tegenwoordig al jaaromzetten van 600 miljoen euro en meer. 

Clubs in kleine competities zijn juist sterk afhankelijk van cashwinsten uit transfers, en andere clubs (tot en met vele subtoppers uit de grote voetballanden) zitten dan weer tussen deze uitersten in. 

Wanneer clubs niet perse transferwinsten meer moeten genereren  om hun exploitatie op orde te houden, hebben ze eigenlijk al een belangrijke stap gemaakt.
En wanneer clubs er bij cash flow neutraal transferbeleid in slagen van jaar tot jaar sterker te worden, dan dito geleidelijk naar hogere operationele kasstromen groeien, bouwen  ze tevens automatisch een steeds waardevollere selectie (assets) op.
Dat is uit investeringsperspectief een erg aantrekkelijk aspect dat steeds meer onderkend wordt. 

Op te verkopen spelers is voor zover ze daarvoor waren aangekocht tevens in de regel al sterk afgeschreven, en daarom ontstaan ook zelfs bij cashflow-neutraal transferbeleid grote boekwinsten.  
Onder de beursgenoteerde clubs vindt er momenteel in het bijzonder bij Borussia Dortmund en  S.S. Lazio, die beiden een traditie hebben van zelf opleiden en jeugdige talenten halen,  een enorme maar "verborgen" waardecreatie plaats. 

Tijdens de opbouwfase van clubs is het vooral zaak een operationele voorsprong op te bouwen op nationale concurrenten.
Ook voor de clubs uit de grote voetballanden blijven de nationale concurrenten eigenlijk altijd de belangrijkste concurrenten. Slagen clubs uit de grote voetballanden er in nationaal dominant te worden (met grote regelmaat zich voor de Champions league te kwalificeren), hebben ze geen wezenlijke concurrentie meer te vrezen en worden bijna als vanzelf ook  internationaal dominant en kunnen zich redelijk onbedreigd nestelen in de top 20 der grootste clubs, die volop profiteren van de snel groter wordende koek in het topvoetbal.  Ook d
at is een heel bijzonder aspect van deze bedrijfstak.


Behoedzaam opereren en sportief succes gaan hand in hand. Bij Dortmund werden recent (anders dan door velen  gedacht) hoge transferinkomstem voor Hummels, Gündogan en Michitarjan niet één op één voor idem dure vervanger uitgegeven.. te denken dat dat de norm zou zijn bij verstandig geleidde clubs. 
Nog een klein voorbeeldje, wanneer een Lewandowski nu nog steeds bij BVB had gespeeld, dan had men bij zijn opvolger Aubameyang op die positie niet alweer in slechts twee-en-een-half jaar tijd van 18 miljoen inkoopwaarde zo'n 60-70 miljoen transferwaarde kunnen maken.


Wanneer het lukt goed te scouten en/of op te leiden (i.e. zodanig dat dat zich vertaalt in sportieve vooruitgang kunnen opleidende clubs uit de grote voetballanden zich voor hun eigenaren tot ware cashmachines ontwikkelen. In Engeland is Arsenal daar een uitstekend voorbeeld van. 

Bij zulke clubs vindt er vaak een grote verborgen waardecreatie plaats en bij Dortmund noemen ze dat de “stille reserves” buiten de officiële balans, omdat de echte waarde van de selectie, de op de balans geactiveerde (rest)waarde extreem overstijgt. 
Spelers waar immers ondanks een feitelijke positieve waardeontwikkeling balanstechnisch juist ten laste van de winst- en verliesrekening op afgeschreven was! 


Dat is een buitengewoon interessant aspect aan de bedrijfstak voetbal. Elders worden productiemiddelen natuurlijk ook afgeschreven, maar worden gaandeweg hun levenscyclus snel minder waard in vergelijking met hun historische aanschafwaarde. En gaan daarna in de regel naar de schroot.

Zowel bij Dortmund als bij Lazio wordt de netto cash flow al jaren rond nul gehouden. 
Op zich is een cash flow neutraal investeringsbeleid al een prachtig gegeven bij ondernemingen met sterke operationele groei (Borussia), dan wel  met sterk toegenomen groeiperspectief (Lazio). 
Enerzijds wordt dan toch heel  veel winst gegenereerd bij de transferactiviteit, anderzijds probeert men door het herinvesteren geleidelijk naar een sportief hoger niveau komen, want dat betaalt zich vooral voor in Europa deelnemende clubs uit  de grote voetballanden snel uit in zeer forse omzetgroei. 
De competities van deze landen vinden immers wereldwijd aandacht, trekken veel TV-publiek en TV-gelden aan en hun clubs zijn daarom aantrekkelijk voor marketing en sponsoring, en ook shirtreclame door multinationals.

Het is eigenlijk nauwelijks voorstelbaar dat Borussia Dortmund spoedig op 400 miljoen euro jaaromzet zit, terwijl het in de jaren voor Europese deelname als een soort Ajax constant rond de 100 miljoen euro balanceerde. 
In zoverre is in het Financial Fairplay concept van de UEFA niet het immense voordeel betrokken, dat je als topclub hebt wanneer je thuisbasis in de grote voetballanden ligt.

Analoog BVB, kan ook Lazio de forse (verborgen) waardecreatie die momenteel plaatsvindt (ook gelet op de grote belangstelling voor een aantal spelers),  als het dat wil zichtbaar maken om, aanvullende cash te genereren.
Sommige aanbiedingen van grote clubs, die het zich tegenwoordig prima kunnen permitteren op elke positie een topper neer te zetten,  laat je als club die zich nog in een ander fase van ontwikkeling bevindt, eigenlijk niet liggen.


Bij Borussia Dortmund is het cashen mogelijk geworden door de sportieve successen van de afgelopen jaren. Dat bij Lazio al voor een doorbraak in Europa het cashen op sommige spelers in de orde van 50 miljoen euro  mogelijk is, is bijzonder. 
Extra bijzonder bij Lazio dan nog de omvang van zulke mogelijke opbrengsten in relatie tot haar marktwaardering. 

Toppers als Stefan de Vrij, Anderson, Keita, Milinkovic Savic zijn nu gemiddeld 20 tot 30 miljoen Euro meer waard dan de bedragen waarvoor ze gehaald zijn en daarmee in enkele gevallen individueel zelfs duidelijk meer waard, dan de beurswaarde van de hele club.   Wanneer men, hetzij een Anderson, hetzij een De Vrij verkoopt, boekt de club automatisch ook een netto winst die de hele beurswaarde overstijgt! Men hoeft dat niet te doen, maar men kan het doen. 

Voor  een mogelijke raider van de club, kan de afweging al anders liggen. Door de bijzondere situatie is er bij Lazio voor een investeerder die hier direct zou willen cashen een krankzinnige  return on investment mogelijk. 
Hier zouden de kosten voor een reversed takeover (zeg 100 miljoen euro) al drie maal uit de directe verkoop van assets  kunnen worden teruggehaald, maar de club kan dan desondanks als "going concern" daarna (volgend seizoen) nog steeds volop doordraaien, in beginsel nog grof winstgevend ook, omdat dan aanvankelijk de kosten sterk dalen, maar niet of nauwelijks de inkomsten. 
Al met al zou je uit Lazio met een beetje handige aanpak binnen een termijn van twee jaar eigenlijk zeker 400-500 miljoen euro kunnen trekken, wanneer je dat als investeerder (raider) wenst. Een dergelijke extreme verhouding (a.h.w. sum of the parts versus marktwaardering)  is volstrekt abnormaal, zowel in als buiten de voetbalsector en je vraagt je af wanneer het opgepakt wordt. Vermoedelijk is dat pas het geval, wanneer de koers van Lazio wat serieuzer op gang komt. 
Ook een Borussia Dortmund nam nog in 2010 (bijna) niemand als beleggingsmogelijkheid serieus vanwege de combinatie bagger chart en een koers beneden de 1 Euro.
Antwoord




Gebruikers die dit topic lezen: 1 gast(en)